Grootschalige projecten · Deeldomein 01
Een sporthal begint bij de maten die niet onderhandelbaar zijn. Alles daarna is ontwerp.
Speelveld, vrije hoogte, vrije zone, evacuatie en homologatie liggen vast voor de eerste lijn getekend is. Deze pagina zet die eisen op een rij en laat zien wat er daarna nog te kiezen valt: tribune, kleedkamers, spelersgang, onthaal en exploitatie.
Op een competitieavond kruisen vijf stromen elkaar: spelers, scheidsrechters, publiek, pers en leveranciers. Het ontwerp is geslaagd wanneer die vijf elkaar alleen tegenkomen waar dat de bedoeling is. Dat vraagt minstens twee ploegkleedkamers en een aparte scheidsrechterskleedkamer met eigen sanitair, een verzorgings- en controleruimte, en een spelersgang die van kleedkamer tot veld gaat zonder de publiekslus te snijden.
Daarnaast staat wat de avond draaiende houdt: ticketing en toegangscontrole met genoeg opstelruimte vóór de deur, een cateringpunt met een aanvoerroute die niet door de zaal loopt, sanitair dat op de piekbezetting gedimensioneerd is in plaats van op het gemiddelde, en een technische ruimte die bereikbaar blijft als de tribune is uitgeschoven.
Berging is de post waarop het vaakst bespaard wordt en die zich het snelst wreekt. Wij rekenen met 8 tot 10 procent van de zaaloppervlakte aan bergruimte, direct aan de zaal en zonder drempel. Staat het materiaal na een jaar in de gangen, dan hebt u geen ordeprobleem maar een evacuatieprobleem.
Kleedkamers · spelersgang · catering · sanitair · berging
Verder: gemengde programma'sTribune
Een tribune is een evacuatieplan met zitplaatsen.
Het aantal zitplaatsen is voor een clubbestuur meestal het eerste getal dat op tafel komt, en zelden het getal dat het meest heeft doorgerekend. De Belgische basisnormen brandveiligheid rekenen de nuttige breedte van uitgangen en evacuatiewegen op één centimeter per persoon, met een minimum van 80 centimeter, en die breedte loopt op zodra de evacuatieweg dalend of stijgend verloopt. Vanaf honderd personen zijn er minstens twee van elkaar verwijderde uitgangen nodig. Uw gewenste capaciteit bepaalt dus rechtstreeks de breedte van uw trappen, gangen en deuren — en daarmee ook de oppervlakte die u aan circulatie kwijt bent en niet meer aan programma kunt geven.
Daarnaast is er de keuze tussen een vaste en een uittrekbare tribune. Een uittrekbare tribune geeft u de zaal terug op alle dagen dat er geen wedstrijd is, wat voor de exploitatie vaak doorslaggevend is. Ze vraagt wel een vrije uitschuifzone, een vloer die de puntlasten van het rijdende systeem verdraagt, een onderhoudscontract en een bedieningsprocedure die ook geldt wanneer de vaste medewerker er niet is. Een vaste tribune geeft comfortabelere rijafstanden, een echte onderbouw die u als kleedkamers of berging kunt gebruiken, en minder gedoe — maar ze neemt de zaal permanent in.
Onze werkwijze is om de tribune pas te dimensioneren nadat de evacuatie is doorgerekend, en niet ervoor. Die volgorde maakt het gesprek concreet: ze laat zien wat de laatste reeks zitplaatsen kost aan circulatie, sanitair en parkeerplaatsen, zodat een bestuur bewust kan kiezen tussen vaste plaatsen en staanruimte.
Exploitatie
De zaal moet ook op dinsdagnamiddag renderen.
Een gebouw dat alleen op wedstrijddagen open is, staat het grootste deel van het jaar leeg.
Een competitieseizoen vult, ruim geteld, twee avonden per week. De overige uren bepalen of het gebouw zichzelf kan dragen. Daarom leggen wij in fase 1 elk dagdeel van de week naast een mogelijke gebruiker: scholen overdag, recreatieve reeksen en clubtrainingen 's avonds, tornooien en verhuur in het weekend, en incidentele evenementen die een andere opstelling vragen. Die kalender is geen exploitatieplan — dat maakt de opdrachtgever of zijn beheersvennootschap — maar hij is wel het ontwerpgegeven waarmee wij tekenen.
Wat volgt uit die kalender is heel concreet. Dubbelgebruik met een school vraagt een aparte toegang die buiten de schooluren te sluiten is, en een berging waarvan de sleutel niet gedeeld hoeft te worden. Verhuur aan derden vraagt een onthaal dat werkt zonder dat de rest van het gebouw open moet. Evenementen vragen een vloerbescherming, een leveringsroute tot in de zaal en een elektrisch vermogen dat u nu goedkoop voorziet en later duur bijtrekt. Elk van die eisen is klein in het voorontwerp en groot in de verbouwing.
Erkenning
Subsidie en homologatie lopen langs andere tafels.
In Vlaanderen lopen ondersteuning en normering voor sportinfrastructuur langs Sport Vlaanderen en langs de betrokken federatie — voor basketbal is dat Basketbal Vlaanderen. Die twee stellen niet dezelfde vragen. De federatie kijkt naar wat de zaal moet kunnen om in een bepaalde reeks te mogen spelen: speelveld, vrije hoogte, vloer, licht, kleedkamers, en de voorzieningen voor scheidsrechters en wedstrijdtafel. Sport Vlaanderen en het lokale bestuur kijken naar de maatschappelijke inzetbaarheid: openingsuren, toegankelijkheid, gedeeld gebruik, energieprestatie en de vraag of het gebouw ook zonder de club nog waarde heeft.
Wie beide sporen pas in het aanvraagdossier samenbrengt, ontdekt te laat dat ze op één punt tegen elkaar in werken. Wij zetten daarom de eisen van de federatie en de voorwaarden van de subsidiërende overheid naast elkaar in de volumestudie, met per eis de gevolgen voor maat, hoogte, techniek en oppervlakte. Dat levert één overzicht op waarin een bestuur ziet welke ambitie hoeveel gebouw kost, vóór er iets is toegezegd aan een reeks, een sponsor of een gemeenteraad.
Voorbeeldtraject
Een clubarena, in die volgorde.
Wat volgt is een voorbeeldtraject en geen uitgevoerde opdracht. Bij een clubarena loopt het ontwerp langs de weg die hierboven staat: eerst de onaantastbare maten van het speelveld, de vrije hoogte en de evacuatie, dan pas de ruimte die overblijft voor tribune, onthaal en ondersteunende diensten. Pas daarna komt de vraag welke nevenfuncties het gebouw kan dragen zonder de sportlus te kruisen. Die volgorde is zelf het resultaat: een bestuur ziet in de volumestudie welke capaciteit welk volume kost en kan op basis daarvan kiezen, in plaats van achteraf te horen dat de gewenste capaciteit niet op de site paste.
Meer over de verhouding tussen de zaal en alles wat er rond hangt — KMO-units, horeca, kantoren, opvang — staat op de pagina over gemengde programma's. Hoe zo'n dossier beslisbaar blijft met een bestuur, een gemeente en een gebruikersraad aan tafel, en hoe u bouwt terwijl de competitie doorloopt, staat op de pagina over stakeholder- en fasemanagement.
Veelgestelde vragen
Wat besturen ons over de zaal vragen.
De vragen zoals ze in een bestuursvergadering over sportinfrastructuur gesteld worden.
Welke afmetingen liggen vast voor een basketbalzaal?
Het FIBA-speelveld meet 28 bij 15 meter, met een obstakelvrije hoogte van 7 meter boven het volledige veld en een vrije zone van 2 meter rondom. Wilt u er ook volleybal, badminton, handbal of zaalvoetbal in spelen, dan bepaalt de grootste discipline de zaalmaat: handbal en zaalvoetbal vragen 40 bij 20 meter. Die maten zijn geen ontwerpkeuze maar een gegeven waar het gebouw omheen wordt getekend.
Welke normen gelden voor de sportvloer en de verlichting?
De sportvloer volgt EN 14904, de Europese norm voor binnensportvloeren, met eisen rond schokabsorptie, verticale vervorming, stroefheid, vlakheid en een balstuit van minstens 90 procent van de referentiehoogte. De verlichting volgt EN 12193, die drie niveaus onderscheidt: ongeveer 200 lux voor training, 500 lux voor clubcompetitie en 750 lux voor nationale competitie. Wie later televisiebeelden wil maken, moet dat vóór de lichtstudie zeggen, want dan komen er ook eisen rond verticale verlichtingssterkte en flikkervrije armaturen bij.
Hoeveel ruimte kost alles wat naast het speelveld hoort?
Meer dan de meeste besturen inschatten. Naast het veld horen minstens twee ploegkleedkamers en een aparte scheidsrechterskleedkamer, een verzorgingsruimte, een spelersgang die de publieksstroom niet kruist, een technische ruimte, een onthaal- en cateringzone en berging. Voor die berging rekenen wij met 8 tot 10 procent van de zaaloppervlakte; wordt daarop bespaard, dan staat het materiaal binnen het jaar in de gangen en zit u met een evacuatieprobleem.
Veelgestelde vragen
Dan komen de vragen over capaciteit en verhuur.
Hoe breed moeten de uitgangen van een tribune zijn?
De Belgische basisnormen brandveiligheid rekenen de nuttige breedte van uitgangen en evacuatiewegen op één centimeter per persoon, met een minimum van 80 centimeter, en die breedte wordt groter zodra de weg dalend of stijgend verloopt. Vanaf honderd personen zijn er minstens twee van elkaar verwijderde uitgangen nodig. Het aantal zitplaatsen dat u op de tribune wil, bepaalt dus rechtstreeks de breedte van uw trappen, gangen en deuren, en niet omgekeerd.
Kan één zaal tegelijk competitiezaal en verhuurbare ruimte zijn?
Ja, maar alleen als dat vanaf de volumestudie een ontwerpuitgangspunt is. Polyvalentie zit in scheidbare zaaldelen, een tweede toegang die los van de sportlus werkt, een vloer die zowel sport als evenement verdraagt, een berging die tussen twee gebruiken snel omschakelt en een sanitaire kern die op de grootste bezetting is gedimensioneerd. Achteraf polyvalent maken kost bijna altijd een verbouwing.
Volgende stap
Terug naar het geheel, of meteen naar uw dossier.
Deze pagina behandelt één deeldomein. De vijf fases waarin wij een grootschalig project van programma tot oplevering brengen, de vergunningskalender met haar termijnen van 30, 105, 120 en 30 dagen, en wat wel en niet in het ereloon zit, staan op de verticalpagina. De twee andere deeldomeinen gaan over wat er naast de zaal komt en over hoe zo'n dossier beslisbaar blijft.
Grootschalige projecten
De vijf fases, de vergunningskalender, de kostenlogica en het volledige overzicht van deze vertical.
Naar de verticalpaginaGemengde programma's
KMO-units, horeca, kantoren en opvang op één site: stromen scheiden, akoestiek, compartimentering en dubbelgebruik.
Lees verderStakeholder- en fasemanagement
Beslissingsstructuur, overlegritme, beslissingsregister en bouwen in fases terwijl de werking doorloopt.
Lees verderHebt u al een programma, een site of een eerste nota? Stuur ons wat u hebt. Op het contactformulier voor grootschalige projecten vragen wij zes dingen, waarvan er drie verplicht zijn: het programma, de betrokken stakeholders en of er gefaseerd gebouwd moet worden. U krijgt binnen vijf werkdagen antwoord.